Stichting Bach-Orgel Grote kerk DordrechtOp deze site vindt u algemene informatie over de stichting, over het project 'Bachorgel Dordrecht' en achtergrondgegevens over het te bouwen instrument.
Ook bieden wij u de mogelijkheid uw steentje, of beter, uw pijpje, bij te dragen aan dit bijzondere orgelproject. Doelstelling Stichting Bach-Orgel Grote kerk DordrechtDe doelstelling is om in de Grote- of Onze Lieve Vrouwekerk van Dordrecht een tweede orgel te bouwen. Dit orgel zal een uitgesproken barokkarakter krijgen en worden geplaatst in het Mariakoor, het oudste gedeelte van de kerk.In meerdere opzichten zal dit nieuwe orgel geheel anders zijn dan het bestaande hoofdorgel in de Grote kerk. Er ontstaat daardoor een situatie die uniek is voor ons land: een monumentaal romantisch orgel met daarnaast in dezelfde ruimte een nieuw, op historische inzichten gebaseerd, barokorgel. DraagvlakVanaf de start van het project heeft het bestuur van de Stichting een breed draagvlak gevonden om haar doel na te streven. Naast internationaal bekende barokmusici als Gustav Leonhardt en Ton Koopman hebben bestuurders uit de regio en landelijke prominenten het project aanbevolen. Voorts zijn er diverse vertegenwoordigers vanuit het maat- schappelijke en culturele leven lid van het comité van aanbeveling, van het bestuur of van een werkgroep van de stichting. Mevrouw Elly Ameling, sopraan en zangpedagoge, is beschermvrouwe van de Stichting.Keuze van orgel en orgelbouwerGekozen is voor een Middenduits barok-orgel.Aan Verschueren Orgelbouw Heythuysen B.V. is opdracht gegeven voor de bouw van een barokorgel met 30 registers met de mogelijkheid de opdracht uit te breiden tot een orgel van 34 registers wanneer de financiële middelen toereikend zijn. Internationale orgelacademieIn het verlengde van de realisatie van het barokorgel ontwikkelt het Stich- tingsbestuur plannen om te komen tot de oprichting van een Internationale Orgelacademie Dordrecht. Alle karakteristieke orgels in het Drechtstedengebied zullen hierin worden betrokken.Financiën en sponsoringDe kosten van het nieuwe barokorgel, zijnde de opdracht aan de orgelbouwer, de honoraria van de adviseurs, bouwkundige zaken en overige kosten, bedragen uitgaande van een orgel met 30 registers € 1.200.000,00. Hiervan is bij opdrachtverstrekking ca 75% gedekt door toezeggingen van bedrijven, fondsen, particulieren en de gemeente Dordrecht.Graag ontvangen wij uw hulp om het resterende bedrag te dekken en de gewenste extra 4 registers te financieren. U kunt dit doen door één of meer pijpen te adopteren. Verdere informatie treft u aan onder sponsoring. NieuwsbriefDe overeengekomen oplevering van het barokorgel is 2007.Graag houden wij u op de hoogte van de voortgang van het project door middel van een nieuwsbrief. Geïnteresseerd? Geef uw e-mail adres op en u hoort van ons. Vragen?Neem contact met ons op. |
De Grote Kerk te Dordrecht
De bouw van Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk werd voltooid in de eerste helft van de vijftiende eeuw. Deze heeft dan de vorm, zoals we die nu kennen: een middenschip, zijschepen, dwarsarmen of transepten, een hoogkoor met kooromgang en een krans van kapellen. Daarnaast is er het Mariakoor.
De hele kerk is in steen overwelfd met zogenaamde kruisribgewelven, iets wat vanwege de zachte bodem uniek is in Nederland. Aan de westzijde staat de in 1339 gefundeerde, maar door verzakking nooit afgebouwde, toren met haar vier karakteristieke wijzerplaten.
Reeds in de middeleeuwen beschikte de kerk over een orgel. Als bewijs hiervoor kan gezien worden dat er in 1490 sprake is van een betaling van de organist. Het instrument stond opgesteld in het Mariakoor. Toen echter de kansel in 1597, die in of bij het noordertransept moet hebben gestaan, verhuisde naar het schip, verhuisde het orgel mee en wel naar het zuidertransept, er ongeveer recht tegenover. In 1614 kreeg de orgelmaker Aelbert Kiespenning uit Nijmegen de opdracht een nieuw orgel te bouwen, dat geplaatst werd tegen de oostmuur van het zuidertransept. Dit orgel werd gekeurd door de beroemde Amsterdamse organist Jan Pietersz. Sweelinck. Tien jaar later moest het onder het wakend oog van Joost Hendricxz., de maker van de preekstoel, die inmiddels tot kerkfabriek (opzichter) was bevorderd, worden gerepareerd en van een nieuw pedaal worden voorzien. Meester Hendryk Speuy, de bekende Dordtse organist en componist, heeft het nog maar een jaar kunnen bespelen. Hij was toen al hardhorig en kreeg verlof, op voorwaarde zich goed te gedragen. Zijn muzikale vaardigheden kwamen alleen voor en na de dienst aan bod. Voor de ondersteuning van de gemeentezang werd in 1611 een voorzanger aangesteld. Het orgel was tijdelijk uit de kerkdienst verbannen, maar sinds 1638 mocht het psalmgezang weer door orgeltonen worden gedragen. Het orgelgebruik was in ere hersteld, maar het instrument voldeed toch kennelijk niet, want in 1671 kreeg de orgelbouwer Nicolaas van Hagen opdracht tot de bouw van een nieuw orgel. Deze had in 1654 naam gemaakt met het bouwen van het orgel in de Sint Pauluskerk te Antwerpen. In 1762 werd het orgel voorzien van nieuw beeldhouwwerk in rococostijl. Na diverse reparaties werd in 1859 het volledige binnenwerk vernieuwd door de Rotterdamse orgelbouwer Kam. De ingebruikname werd verricht door de organist van de Grote Kerk, Gijsbert Izaäk de Vries. Een voor die tijd 'modern' instrument, voorzien van o.a een zwelkast, drie viervoetsregisters op het bovenwerk, was het resultaat. Tot op de huidige dag behoort dit instrument tot één van de weinige orgels waarop het romantische en hedendaagse repertoire zo goed tot haar recht komt. Ook als 'gemeentezang' orgel heeft het een unieke plaats in Nederland verworven. Op enkele wijzigingen na heeft dit instrument nog steeds (anno 2004) zijn originele dispositie. Het telt in totaal 51 registers, verdeeld over Manuaal, Positief, Bovenwerk en Pedaal. Maar zoals met alle karakteristieke instrumenten, heeft ook dit orgel beperkingen: de uitvoering van barokmuziek is praktisch onmogelijk. Het instrument mist een zekere 'doorzichtigheid' die zo wenselijk is voor de uitvoering van polyphone muziek. Uitgebreide informatie: www.grotekerk-dordrecht.nl |
Het nieuwe barokorgelDe Stichting Bachorgel heeft dit voorjaar het contract ondertekend voor de bouw van een tweede orgel in de Dordtse Dom.
Gekozen is voor een Middenduits barokorgel. Een orgel dat gebaseerd is op de Silbermann-orgels van de Dom in Freiberg en de Hofkirche in Dresden. Deze instrumenten kunnen gerekend worden tot de absolute Europese 'top'. Het orgel in de Dom te Freiberg kan gezien worden als één van de meest veelzijdige Silbermann-orgels zowel qua dispositie als qua klank. Het Freiberger domorgel wordt niet in Dordrecht gekopiëerd. Het wordt qua factuur, maatvoering en klankgeving een zo getrouw mogelijk na te volgen voorbeeld.
Wat de disposite betreft zijn ook andere bewaard gebleven Silbermann-orgels in de overweging opgenomen, met name dat in de St. Petrikirche te Freiberg (1735) en de al eerder genoemde Hofkirche te Dresden (1754).
Daarnaast zijn alle beschikbare gegevens van Bachs eigen hand (orgelbouwplannen, keuringsrapporten en registratieaanwij- zingen) in kaart gebracht, geanalyseerd en zoveel mogelijk geïncorporeerd in het concept. Meer uitgebreide informatie over het nieuwe barokorgel kunt u hier lezen. |
Uitgebreide informatie over het nieuwe barokorgelWaarom een Middenduits barok-orgel?Nederland is uitermate rijk aan historische orgels. Zelfs als we ons blikveld in dezen beperken tot de tweede helft van de 17de en de 18de eeuw zijn er in ons land tal van goed bewaarde orgels aanwezig.De Noordduitse Barok is met name in de provincies Groningen en Friesland uitstekend vertegenwoordigd. In de 17de en 18de eeuw is in Noordduitsland een enorme hoeveelheid fascinerende orgelmuziek gecomponeerd, geënt op het Noordduitse barokke orgeltype en we mogen ons uitermate gelukkig prijzen daarvan uitstekende voorbeelden te bezitten. Zuidelijke orgels met een duidelijk vanuit Frankrijk beïnvloed concept vinden we onder meer in Gronsveld, Vlaardingen en Helmond. Zuidnederlandse en Franse orgelmuziek kunnen we in Nederland derhalve ook stijlzuiver ten gehore brengen. Met name in Middennederland werken in de 17de en 18de eeuw diverse orgelmakers van Middenduitse komaf. Zij passen hun bouwstijl steeds aan bij de liturgische eisen van de Nederlandse calvinistische (in die tijd) staatskerk. Dat houdt bijvoorbeeld in dat de mogelijkheden om een melodie duidelijk te laten horen (discantbetoning) prevaleert boven een geschiktheid voor het uitvoeren van polyfone muziek (waarin alle stemmen goed verstaanbaar dienen te zijn). Ondanks hun grote artistiek-ambachtelijke kwaliteiten zijn daarom de meeste'Hollandse' barokorgels niet per definitie geschikt voor het uitvoeren van alle Middenduitse barokke orgelliteratuur. Middenduitse barokorgels zijn tot op heden niet in Nederland aanwezig. In het Middenduitse cultuurgebied is echter in de 17de en 18de eeuw een schat aan - ook in Nederland veel gespeelde - polyfone orgelmuziek ontstaan. Om de 'smaak' daarvan echt goed te kunnen proeven is het in ons land bouwen van een stilistisch de Middenduitse geest ademend orgel voor onze orgelcultuur van grote betekenis. Het hoeft geen betoog dat in dit verband het oeuvre van Johann Sebastian Bach een centrale plaats inneemt. Daarom is in het vervolg van deze uiteenzetting de term 'Bach-orgel' mede een pars pro toto voor het Middenduitse barokke orgellandschap (met name Saksen en Thüringen). Wat is een Bach-orgel?Deze vraag houdt al meer dan een eeuw organisten, orgeldeskundigen en Bach-specialisten bezig. Er zijn inmiddels vele, sterk van elkaar afwijkende antwoorden gegeven. Dat komt mede doordat de vraag vanuit zeer verschillende invalshoeken gesteld kan worden.Het eigentijdse Bach-orgelDe een stelt de vraag vanuit het zoeken naar een eigentijds orgel waarop Bachs muziek goed tot klinken gebracht kan worden. Niemand minder dan Albert Schweitzer meende dat het in 1907 gebouwde Dalstein-Haerpferorgel van de Lutherse Kerk te Straatsburg-Cronenbourg een ideaal Bach-orgel was. Marie-Claire Alain, die als organist terecht wereldfaam geniet, koos voor haar Bach-opnamen in de jaren 1960 nieuwe orgels van de Deense orgelmakers Frobenius en Marcussen. De orgels van Dalstein-Haerpfer en Frobenius/Marcussen verschillen echter hemelsbreed van elkaar, zowel in technische opbouw, speelaard als klank. Dat zozeer verschillende orgels door grote Bach-vertolkers beschouwd werden als uitstekende media voor het uitvoeren van Bachs oeuvre heeft uiteraard alles te maken met grote verschillen in interpretatie-opvattingen.Zolang de Bach-interpretatie qua opvatting 'in beweging' is - en dat zal naar wij hopen altijd zo blijven -, zal de vraag wat een goed eigentijds orgel is voor het uitvoeren van Bachs muziek steeds een anders klinkend 'antwoord' opleveren. Dit betekent dat wat vandaag als een goed nieuw Bach-orgel wordt beschouwd, mogelijk in de nabije toekomst reeds niet meer als zodanig gewaardeerd zal worden. In de geschiedenis van de afgelopen eeuw is deze veronderstelling meermalen bewaarheid. Door Bach zelf bespeelde orgelsMen kan de vraag ook in zuiver historische zin opvatten. Dan is een Bach-orgel simpelweg een orgel waarop Johann Sebastian Bach gespeeld heeft. Als uit betrouwbare bronnen dan ook nog blijkt dat Bach positieve waardering voor een bepaald orgel had, is de vraag in theoretisch-historische zin afdoende beantwoord. Echter niet in praktische zin, want de meeste door Bach zelf bespeelde orgels zijn inmiddels afgebroken of verwoest. Nog lastiger wordt de beantwoording als de vraag impliceert wat Bachs ideale orgel was.Bach heeft op qua stijl en grootte zeer verschillende orgels gespeeld. Hij kende Noordduitse orgels, hij bespeelde, ontwierp, keurde of bezocht Thüringer en Saksische orgels en hij heeft zonder twijfel gedurende zijn verblijven in de zomerresidentie van zijn broodheer prins Leopold van Anhalt-Köthen te Karlovy Vary (Karlsbad; Tsjechië) ook met Boheemse/Habsburgse orgels kennisgemaakt. Bach kende derhalve zo ongeveer alle contemporaine Duitse orgeltypes. Door zijn dienstbetrekkingen in Arnstadt, Mühlhausen, Weimar, Köthen en Leipzig had hij vooral van doen met orgels gebouwd in Thüringen en Saksen. Bachs omgang met en mening over orgelsSchriftelijke bronnen van Bachs eigen hand over zijn waardering voor een bepaald orgel(type) zijn niet overgeleverd. In zijn plan voor de ombouw van het orgel in de Divi Blasii te Mühlhausen uit 1708 en in de (mede) door hem ondertekende keuringsrapporten en attesten blijkt hij een zeer terzake kundig en kritisch orgelexpert te zijn met grote aandacht voor een stabiele windvoorziening, exacte pijpenaanspraak, egale intonatie en goede stemming. Verwijzingen naar een eventueel door hem geprefereerde orgelbouwstijl zijn in deze bronnen echter niet te vinden.Ook zijn er getuigenissen van tijdgenoten over Bachs relatie tot het orgel. Beroemd zijn de herinneringen van Bachs tweede zoon Carl Philipp Emanuel aan zijn vader als organist en orgeldeskundige (1754; 1774): "Niemand kon beter dan hij disposities voor nieuwe orgels opstellen en beoordelen. Ondanks al deze orgelkennis was het hem, zoals hij vaak betreurde, nooit gelukt een echt groot en echt mooi orgel tot zijn reguliere beschikking te hebben. Dit berooft ons van nog vele mooie en nooit gehoorde vondsten in het orgelspel, die hij anders op papier gezet en getoond zou hebben, zoals hij ze in zijn hoofd had." "Nog nooit heeft iemand zo kritisch en daarbij oprecht orgels gekeurd. Hij had in de hoogste mate verstand van orgelbouw. ... Niemand kon zo goed als hij registreren op de orgels. Vaak schrokken de organisten als hij op hun orgels wilde spelen en op zijn eigen wijze registreerde, omdat ze dachten dat wat hij wilde onmogelijk goed klinken kon. Vervolgens hoorden zij echter een opzienbarend (klank)effect. Deze wetenschappen zijn met hem gestorven. Het eerste wat hij bij een orgelkeuring deed was dit: Hij zei schertsend: allereerst wil ik weten of het orgel goede longen heeft. Om dat te beproeven trok hij alle registers open en speelde zo veelstemmig mogelijk. Hierbij werden de orgelmakers vaak bleek van schrik." Afgezien van mogelijk enige romantisering in deze herinneringen, worden uit deze bronnen J.S. Bachs enorme kwaliteiten als theoretisch en praktisch orgeldeskundige volstrekt duidelijk. Of de al dan niet qua dramatiek enigzins aangezette passage over het nooit regulier ter beschikking gehad hebben van een echt groot en echt mooi orgel in algemene zin bedoeld is, dan wel betrekking heeft op niet met succes bekroonde sollicitaties naar organistenposten op grote instrumenten (bijvoorbeeld in Halle en Hamburg) is niet vast te stellen. Evenmin valt uit dit citaat te concluderen dat Thüringer en Saksische orgels niet Bachs artistieke voorkeur hadden en al helemaal niet welk ander orgeltype dan wel. Bach en Noordduitse orgelsBachs leerling Johann Friedrich Agricola schrijft in 1768 dat "de grootste orgelkenner en orgelspeler van Duitsland en wellicht van heel Europa, wijlen kapelmeester Bach" een groot liefhebber van tongwerken was en meldt dat Bach de schoonheid en de verscheidenheid van de 16 tongwerken in het orgel van de St. Catharinenkirche te Hamburg (1670) niet genoeg roemen kon. Diverse onderzoekers meenden casu quo menen op grond van deze uitlatingen dat Bach een voorkeur had voor het Noordduitse barokke orgeltype. Wie echter goed leest zal niet minder maar ook niet meer kunnen vaststellen dan wat Agricola schrijft, als hij in uiteenzettingen over zijn eigen voorliefde voor veel en verschillendsoortige tongwerken zijn leermeester posthuum aanhaalt.Een andere vermeende aanwijzing voor Bachs voorliefde voor Noordduitse orgels is zijn sollicitatie naar de organistenbetrekking in de St. Jakobikirche te Hamburg (1720). Of het Arp Schnitger-orgel (1693) aldaar de reden voor die sollicitatie was - zoals wel is gemeend -, is echter een niet 'archivalisch belegte' hypothese. Mogelijk en geenszins onwaarschijnlijk is er in elk geval een verband met het predikantschap van Erdmann Neumeister aan deze kerk. Neumeister was een groot bewonderaar van Bach en Bach maakte regelmatig gebruik van zijn cantateteksten. Bach en Gottfried SilbermannOver de orgels van Gottfried Silbermann meldt Agricola (1768) dat echte orgelkenners aan zijn orgels niets meer bekritiseren dan de al te eenvormige dispositie, die voortkomt uit een overdreven voorzichtigheid om geen registers te bouwen waarvan Silbermann niet zeker was dat ze niet zouden mislukken; voorts de al te eigenzinnige temperatuur (stemmingssysteem) en tenslotte de te zwakke mixturen en cimbels, waardoor zijn orgels in met name grote kerken niet genoeg "Schärfe und durchschneidendes Wesen" hebben. Of Agricola met echte orgelkenners ook Bach bedoelt, is niet duidelijk. Immers elders (zie boven) noemt hij wijlen zijn leermeester steeds respectvol bij name.Het lijkt vergezocht om uit deze uitlatingen af te leiden dat Bach geen bijzondere waardering had voor Silbermann-orgels. Agricola zelf betoont zich een voorstander van een rijke variatie aan acht- en viervoets labiale registers en is zonder twijfel gecharmeerd van (hoge) tertskoren in de vulstemmen die het plenum een bijzondere brillance geven. Deze elementen kenmerken bijvoorbeeld barokke Thüringer orgels. Maar ook Thüringer orgels waren veelal niet rijk bedeeld met tongwerken. Vergeleken met Thüringse orgels disponeerde Silbermann zowel qua aantal als qua variëteit minder acht- en viervoets labiale registers, maar een vergelijkbaar percentage tongwerken. Hij voorzag zijn mixturen en cimbels niet van tertskoren, wel is er vaak een losse Terts (C 4/5', c' 1 3/5') in prestantmensuur op het tweede klavier gedisponeerd. Deze kan ook in het plenum worden gebruikt, ook al vermeldt Silbermann dat niet in de twee van zijn hand bewaardgebleven registratiestaalkaarten. Op 1 december 1736 gaf Bach een orgelconcert op het enkele dagen tevoren ingewijde Silbermann-orgel van de Frauenkirche te Dresden. Bach zou bij deze gelegenheid over Silbermann gezegd hebben: "Zijn orgels zijn voortreffelijk; hij heet terecht Zilverman, want zijn orgels hebben een zilveren toon en donderende bassen; moge hij zo verder werken." Bachs oudste zoon, Wilhelm Friedemann, organist van het Silbermann-orgel in de Sophienkirche te Dresden, dichtte naar aanleiding van de inwijding van het Frauenkirche-orgel:
Silbermanns stemmingssysteem kan als conservatief worden getypeerd. Toonaarden met weinig voortekens hebben een rein klinkend effect. Het spelen in toonaarden met veel voortekens is - in elk geval in onze oren en mogelijk ook in die van J.S. Bach - muzikaal onbevredigend. Zeker is dat Silbermann niet ieder orgel volgens zijn systeem tempereerde. In hoeverre dit beïnvloed casu quo voorgeschreven werd door de opdrachtgevers of hun adviseurs valt niet exact na te gaan. Wel is opvallend dat Silbermann in bijvoorbeeld de 'muziekmetropool' Dresden zijn orgels niet op de gebruikelijke koor- of de cornettoon (een halve tot een hele toon hoger dan onze huidige orkesttoon van a = 440 Hz) baseerde, maar op de kamertoon (a = 415 Hz); dit ongetwijfeld vanwege het samenspel met op de dezelfde toonhoogte gestemde kamermuziekinstrumenten. Gottfried SilbermannGottfried Silbermann werd in 1683 geboren in Kleinbobritzsch bij Frauenstein (Saksen) geboren als zoon van een meester timmerman. Hij werd tegen zijn zin eerst in de leer gestuurd bij een speelgoedmaker en vervolgens bij een boekbinder. Een en ander eindigde rampzalig met vastzetting in de slotgevangenis van Frauenstein. Na zijn ontsnapping uit deze gevangenis trok Gottfried in 1701 naar zijn vijf jaar oudere broer Andreas, die zich in Straatsburg als orgelmaker gevestigd had. Hij ontving daar een opleiding tot houtbewerker en orgelmaker. Andreas Silbermann werkte van 1704 tot 1706 bij de orgelmakers Thierry in Parijs en raakte zodoende volledig vertrouwd met de Franse orgelbouwstijl. Wellicht had in deze periode Gottfried de leiding over het atelier in Straatsburg. Tussen 1707 en 1709 bouwden de broers Silbermann vanuit Straatsburg verscheidene orgels in de Elzas. In 1709 verliet Gottfried Straatsburg en hij keerde in 1710 terug in Saksen en vestigde zich als orgelmaker. Hij ontwikkelde al zeer snel een eigen orgelbouwstijl die richtinggevend werd voor de orgelbouw in Saksen. Deze stijl wortelt duidelijk in Saksische tradities, heeft daarbij een evident eigen gezicht en wijkt sterk af van de instrumenten van de Elzasser tak van de familie.Silbermann en zijn orgel in de Dom te FreibergGottfried Silbermanns eerste grote orgel in Saksen, dat van de Dom in Freiberg (1710-1714) incorporeert in een eigen, op Saksische leest geschoeid concept nog Franse invloeden. In het eerste ontwerp (24-06-1710) was bijvoorbeeld, overeenkomend met de bouwprincipes van zijn broer Andreas, een opbouw met Hoofdwerk, Rugpositief, Borstwerk en Pedaal voorzien. In het tweede, drie maanden later ingediende ontwerp had, naar Middenduitse contemporaine principes het Rugpositief reeds plaats gemaakt voor een Bovenwerk. Op 8 oktober 1710 werd het orgelbouwcontract getekend. Aanbevelingen van onder meer Johann Kuhnau, Bachs ambtsvoorganger in Leipzig, hadden daartoe bijgedragen. In 1711 werd Elias Lindner, leerling van Johann Kuhnau, tot Freiberger domorganist benoemd. Hij maakte ook het frontontwerp voor het nieuwe Silbermann-orgel. Het instrument werd in 1714 gekeurd door Johann Kuhnau en Gottfried Ernst Bestel, hoforganist te Altenburg. Het is een van de gaafst bewaarde Gottfried Silbermann-orgels.Of Johann Sebastian Bach dit orgel ooit bezocht heeft, is niet in archivalia overgeleverd. Het is echter niet onwaarschijnlijk, zeker als men in aanmerking neemt dat het een gereputeerd orgel was, en dat zijn leerling Johann Friedrich Doles er van 1744 tot 1756 cantor was. Freiberg en DordrechtAllereerst dient te worden opgemerkt dat de orgels van Gottfried Silbermann tijdens èn na zijn leven een grote reputatie genoten en genieten, zowel bij organisten als bij orgelmakers. Niet alleen hebben orgelmakers tot in de 19de eeuw op zijn principes voorgeborduurd. Ook zijn verhoudingsgewijs opmerkelijk veel van zijn orgels bewaard gebleven, hetgeen mede te danken is aan hun vaste bespelers. Dat onderlijnt dat de terecht grote Silbermann-reputatie geen 20ste eeuwse uitvinding is, maar al in de 18de eeuw wortelt. En zoals Bachs muziek al vanaf zijn leven nooit van het orgelreperoire verdwenen is, zo is het werk van Gottfried Silbermann altijd met respect bejegend.En wat is er beter dan het werk van een door tijdgenoten en volgende generaties zeer gerespecteerd orgelmaker als voorbeeld te nemen voor een nieuw orgel in Middenduitse barokstijl in Dordrecht? Na uitvoerige oriëntatie en een studiereis naar orgels van diverse makers in Brandenburg, Thüringen en Saksen heeft de Stichting Bachorgel Grote Kerk Dordrecht ervoor gekozen een orgel te laten bouwen dat gebaseerd is op het Silbermann-orgel van de Dom te Freiberg. Dit is niet alleen een imponerend instrument (het behoort tot de absolute Europese 'top') maar het is ook een van de meest veelzijdige Silbermann-orgels zowel qua dispositie als qua klank. Meer dan op andere van zijn instrumenten zijn in Freiberg ook 'excursies' naar muziek uit andere stijlgebieden, zoals het Zuidduits/Habsburgse, goed mogelijk. Het Freiberger domorgel wordt niet in Dordrecht gecopiëerd. Het wordt qua factuur, maatvoeringen en klankgeving een zo getrouw mogelijk na te volgen voorbeeld. Wat de dispositie betreft zijn ook andere bewaardgebleven Silbermann-orgels in de overwegingen opgenomen, met name dat in de St. Petrikirche te Freiberg (1735) en de Hofkirche te Dresden (1754). Daarnaast zijn alle beschikbare gegevens van Bachs eigen hand (orgelbouwplannen, keuringsrapporten en registratieaanwijzingen) in kaart gebracht, geanalyseerd en zoveel als mogelijk geïncorporeerd in het concept. Dat bleek mogelijk te zijn in een goede harmonie met Silbermanns disponeerwijze. Zodoende kon een stilistisch gezien 'einheitliches' orgelbouwconcept worden opgesteld. De dispositie van het barokorgel te Dordrecht© 2004, Peter van Dijk. |
De orgelbouwer
De opdracht voor de bouw van het nieuwe barok-orgel is gegeven aan Verschueren Orgelbouw Heythuysen B.V..
Dit bedrijf is één van de oudste nog bestaande Nederlandse orgelmakerijen en heeft daarbij de langste traditie in het maken van orgelpijpen (vanaf 1891). Verschueren Orgelbouw heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een nationaal en internationaal toonaangevend bedrijf voor nieuwbouw en restauratie van orgels. Alle onderdelen van het orgel worden 'in eigen huis' op ambachtelijke wijze gemaakt. Sinds 1977 wordt de orgelmakerij geleid door de derde generatie Verschueren in de persoon van Léon III. De reeds in voorgaande jaren in begonnen heroriëntatie op historische orgelbouwprincipes werd onder zijn leiding energiek en op consequente wijze voortgezet. Aanvankelijk werden de voorbeelden vooral gezocht in de Zuid-Nederlandse en Luikse orgelbouw uit de zeventiende en achttiende eeuw. Na 1980 werd de stilistische horizon verruimd tot zowel de noordelijker cultuurgebieden als de negentiende eeuw. Deze oriëntatie op de ambachtelijke orgelbouw uit vroeger eeuwen werd mede gestimuleerd door een aantal zeer prestigieuze restauratieprojecten, zoals dat van het monumentale midden-zeventiende eeuwse orgel in de Pieterskerk in Leiden. Inmiddels zijn door de verschillende generaties Verschueren vele honderden nieuwe orgels gemaakt en restauraties voltooid in Nederland, maar ook in bijvoorbeeld Belgie, Duitsland, Oostenrijk en de Scandinavische landen. Klinkende voorbeelden in Dordrecht zijn de Verschueren-orgels in de Pauluskerk en de Ontmoetingskerk. Het nieuwe barok-orgel voor de Grote kerk van Dordrecht krijgt opusnummer 1100. |
De voortgang
Lees hier meer over de voortgang van het project. 28 mei 2004 De publiekspresentatie. Voorafgaand aan de presentatie van het project op het Stadhuis van Dordrecht vond een concert plaats in de Grote Kerk. Ton Koopman, Cor Ardesch en Peter van Dijk, allen adviseurs van de stichting, bespeelden het Kam-orgel (1859) en het Kabinet-orgel (Geerkens 1785). Zie ook het programma 4 april 2004 Vandaag is de opdracht voor de bouw van het nieuwe orgel verleend aan Verschueren Orgelbouw uit Heythuysen. Lees ook het persbericht. |
De huidige orgelsGeschiedenis
In 1671 kreeg de orgelbouwer Nicolaas van Hagen uit Antwerpen opdracht tot de bouw van een nieuw instrument. Geldgebrek en de oorlog tegen Frankrijk maakte dat het werk maar langzaam vorderde. In 1674 was het orgel nog maar voor de helft voltooid. Uiteindelijk werd het instrument voltooid in 1678 door de Dordtse orgelmaker Carl Jacobsz. Pellereyn. Het front werd bekroond met de familiewapens van de vier kerkmeesters; in het midden het wapen van Holland en de tekst 'Vigilate Deo confidentes' (Weest waakzaam, vertrouwend op God).
Op het Positief werd het wapen van de stad Dordrecht geplaatst.
Na diverse ingrepen bouwde W.H. Kam uit Rotterdam in 1859 uiteindelijk een geheel nieuw orgel in de oude kassen. De orgelbouwer Witte bracht in 1867 wijzigingen aan in de dispositie. Zo werden o.a. de tertskoren uit de Mixtuur verwijderd en werd de Scherp op het Manuaal vervangen door een Gemshoorn 2'. In 1939 verzorgde G. van Leeuwen en Zonen een algehele herintonatie waarbij op het Bovenwerk een nieuwe Viola di Gamba 8' en op het Pedaal een nieuwe Violon 16' werden geplaatst.Bovendien werd een Barkerhefboom op het Manuaal aan- gebracht. In 1987 vond een herstel plaatst van de mechanieken door Ernst Leeflang. Technische gegevens
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Het kabinet-orgelIn 1785 bouwde de Dordtse orgelmaker Geerkens dit instrument. De oorspron- kelijke locatie is onbekend. In 1916 werd het orgel gekocht bij de pianohandelaar Ernst Krill te Utrecht.
Tot voor kort stond dit instrument in Museum Mr. Simon van Gijn te Dordrecht. Sinds enkele jaren staat het opgesteld in het Mariakoor van de Grote Kerk.
DispositieManuaal Holpijp 8 B/D Prestant 8 D Fluit 4 B/D Quint 3 Prestant 2 B/D Octaaf 1 B Temperatuur: evenredig zwevend Manuaalomvang: C-e3 Windvoorziening: Magazijnbalg met twee schepbalgen De loze frontpijpen dateren uit 1970. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Sponsor worden
Het nieuwe orgel, uitgaande van 30 registers, kost € 1.200.000,00.
In dit bedrag zijn begrepen de kosten van de orgelbouwer, de adviseurs, het houtsnijwerk, de bouwkundige voorzieningen en overige zaken. Hiervan is medio mei 2004 ca 75% gedekt door toezeggingen van bedrijven, fondsen, particulieren en de gemeente Dordrecht. Graag ontvangen wij uw hulp om het resterende bedrag en de gewenste extra 4 registers te financieren. U kunt dit op verschillende manieren doen. ParticulierenDoor een bedrag over te maken aan de Stichting Bach-orgel te Dordrecht op bankrekening 63.16.40.800. De stichting is door de fiscus gerangschikt als instelling overeenkomstig artikel 24 lid 4 Successiewet 1956.Dit houdt in dat het bedrag dat u overmaakt aan de stichting ter medefinanciering van het barokorgel, als gift kan worden betrokken bij uw persoonlijke aangifte Inkomstenbelasting. Door een bijdrage te schenken in de vorm van een periodieke lijfrente. De grenzen die van toepassing zijn bij de aftrekbaarheid van giften zijn niet aan de orde. Bij deze vorm van ondersteuning wordt een notariële akte wettelijk verlangd. In principe is de stichting bereid deze kosten voor haar rekening te nemen. Wij informeren u graag hierover. Door een of meer pijpen te adopteren. Zoals u weet bevat een orgel heel veel pijpen, van groot tot klein. Wij bieden u de gelegenheid om één of meerdere pijpen, tot registers toe, te adopteren. Op deze wijze verbindt u uw naam aan één of meer specifieke pijpen of een register. Te zijner tijd zal, bij de oplevering van het orgel, een namenregister in het orgel worden aangebracht met alle namen die verbonden zijn aan de pijpen en registers. De kosten per pijp variëren, afhankelijk van de grootte, van € 25,00 tot € 2.000,00 en de registers van € 3.425,00 tot € 24.600,00. Hoe dit werkt? Klik op dispositie. U ziet hier de registers en per register de individuele pijpen. U kunt zelf de tenaamstelling van de pijpen vaststellen. Een idee om een familielid of orgelminnende relatie te “vernoemen”? Per persoon wordt een certificaat door de stichting verstrekt met de geadopteerde pijpen of registers. "Vele pijpen, groot én klein, maken het orgel zoals het moet zijn!" BedrijvenTen behoeve van bedrijven heeft de stichting diverse sponsorpakketten samen- gesteld. Zo zijn er mogelijkheden om ten behoeve van personeel en of relaties (besloten) concerten te organiseren met rondleidingen door de Grote Kerk, inclusief een kijkje achter de schermen. Uiteraard kunnen óók bedrijven hun naam verbinden aan pijpen en registers. De bijdrage van bedrijven wordt verhoogd met 19% BTW.Wanneer u nadere informatie wenst over de sponsorpakketten, verzoeken wij u vriendelijk contact met ons op te nemen. Ja, ik doe mee als sponsor! |